|

|
| Tynaarloo, hunebed, schilderij 1861Dit schilderij, Het hunebed bij Tynaarloo, is in 1861 geschilderd door Willem Roelofs. Opvallend is de grote eenzame vlakte waarin dit Hunebed toen stond. |
|
|
|
Tynaarloo, hunebed, foto 1907
|
|

|
|
Tynaarloo, hunebed, foto rond 1930
|
|
|
|
Tynaarloo, hunebed, foto 1932
|
|
|
|
|
Tynaarloo, hunebed, foto 1967
|
|
|
|
Tynaarloo, luchtfoto hunebed, foto 1983
|
|
|
 |
|

|
|
Boven: Hunebed D6
Een klein hunebed, maar wel gaaf en alles op z'n oorspronkelijke plaats: drie dekstenen, zes zijstenen en twee sluitstenen. Dit sinds mensenheugenis perfect bewaard gebleven monument is pal langs de drukke weg Zeegse-Tynaarlo gelegen. Op honderd meter afstand razen de intercity's Assen - Groningen v.v. voorbij. Van Giffen stelde vast dat in de directe omgeving nog 4 hunebedden moeten hebben gestaan. Onderzoek van de bodem leverde een schat aan vuurstenen bijlen, pijlpunten, potscherven, barnstenen kralen enz. op. Er is geen gelegenheid de auto te parkeren.Wel staat er een houten zitbank en een afvalbak. Op de voorgrond staat de steen die de naamplaquette droeg. Daar hebben echter verzamelaars zich onlangs over ontfermd.
bron: Hunebedden in Nederland |
|
Onder: hunebed D6 te Zeegse-Tynaarloo op een schilderij en tekening. Klik op de tekeningen voor een vergroting.
bron: Tschumi’s Megalith page
|
|

|
|

|
|
Hierboven:
Wolters Schoolplaat van de schilder Beuninck (1905)
In zijn boek "Op en om de Adderhorst" schrijft prof. dr. A. van Veldhuizen (1933) over deze schoolplaat:
"- de Adderhorst - Laat mij u er even mogen heenbrengen. Het is zeer gemakkelijk te bereiken, al ligt het in het hartje van Noord-drenthe. Ge hebt maar uit te stappen aan het station Vries-Zuidlaren en binnen 1000 Meter zijt gij er reeds. Bovendien is het een plek die vrijwel iedereen in den lande kent van een algemeen gebruikte schoolplaat, naar de natuur ter plaatse gemaakt door de kunstenaar B. Bueninck. De plaat is juist nog uit het begin van deze eeuw en de schilder heeft zijn standpunt zóó weten te kiezen, dat het nieuwe hem niet opdringerig in de weg kwam. Spoor en telegraafdraden heeft hij juist achter zich gehouden en met de rug daarheen heeft hij het landschap omvat aan weerszijden van een ouden Drentschen landweg, die ruim en onvast van lijn is, het type van een heide uit dit oude schapenland. Links, vlak vooraan, ligt een der best bewaarde hunebedden van ons vaderland. Daarom heet de plaat: Heide met hunebed te Tinaarlo".
"Schilder Bueninck is precies op tijd geweest, toen hij deze plaat maakte. De eeuw, die toen inzette, heeft ontzaglijk veel totaal veranderd. Nauwelijks is hij klaar of er komen metselaars en maken een "nuver hoessien" juist op de voorgrond van zijn schilderij. Ze mogen niet verder gaan dan het paaltje op het midden, want daar begint het rijkseigendom. Maar daar precies komt het eindpunt van de haag om het erf, die nu al zo hoog is dat men op de plaats waar de schilder stond niets meer van het hunebed kan ontdekken. De mooie witte zandplek is dus weg. De heiderand links is nu de moestuin. Het zandpaadje ter linkerzijde loopt zoo in het huisje, dat tergend in zijn dak met gekleurde pannen het jaartal 1905 aangeeft. Toen is de ellende begonnen, toen is het oude ontwijd. Een hunebed moet liggen op een oneindige heidevlakte, maar kan geen burengerucht of radiogeraas hebben. Kippen, katten en honden behooren er niet bij, doch het wilde gedierte des velds."
|
|
|